Waarom mijn wekker vanmorgen wel afliep maar ik hem niet hoorde of niet horen wilde

Soms denk ik dat het allemaal goed is zo. Dat het kan, en bovenal mag. Maar niets is minder waar, daar wij in de spiegel die het leven zelf ons voorhoudt slechts de reflectie zien van ofwel wie we ooit waren ofwel wie we ooit zouden willen zijn. Spiegels der frustratie pleegt men ze te noemen. Maar ze komen niet voor in de badkamer van de narcist. O nee, maak u daar vooral geen zorgen over en bovenal geen illusies in (contaminatieel gezien kan het, sprak de linguïst, de taalpurist brauwde de wenkfronsen). Net zo min treft men hoestbonbons aan in het nachtkastje der Vlaamse charmezangers en nog eerder vindt men een cursus taalzuivering in de wat ruim uitgevallen handtas van een Vlaams parlementslid.

Maar laat ons niet op de zaken vooruit lopen en het gebeuren weergeven zoals het zich ontspon en in die januskop van mij zal blijven ontspinnen telkens ik nog maar terug zal denken aan het waterzonnetje aan de einder, die dag, die ochtend, of aan de langzaam doordruppelende koffie. Een traag meditatief proces waarbij de tijd gemengd met gemalen koffiebonen, zorgvuldig door een multinational geselecteerd, mijn rode thermos indruppelt. (De groene was tijdelijk niet beschikbaar, doch dit alles tussen haakjes.) Naar het schijnt… maar dat zou ons al te ver van onze zaak, ons verhaal brengen. Ja, u leest het goed, ‘ons’ verhaal, want door deze letters op te slorpen, ontketent u ze wederom, laat ze weer tot leven komen en beleeft u, o vermetele, alles hernieuw – net zoals ik alles opnieuw dien te beleven telkens een van u dit alfabijt –wanneer u deze syllaben van het blad plukt.

Wel dan. Het was die bewuste zaterdagmorgen. Een vlinder steeg op vanuit mijn buik net voor ik wakker werd. Toen ik mijn ogen voorzichtig opende en de resten der nacht er handmatig uit verwijderde, zag ik de ex-rups nerveus tegen het plafond tekeer gaan. Het tweeloopsjachtgeweer dat ik daags te voren in huis gehaald had, ten einde dat veilige gevoel de ganse maand door te vrijwaren, kon me best wel ‘es van pas komen.

“Als ik hier een rekening open,” vroeg ik daags tevoren aan de man achter het loket, “waaruit bestaat dan de tegemoetkoming uwentwegen?” Met de laatste nieuwe en al te blitse folder erbij maakte de loketman me duidelijk dat ik de keuze had tussen een moderne, ruime sporttas en een tweeloopsjachtgeweer. Mezelf erop attent makende dat mijn laatste sportactiviteit dateerde uit 1926 (zijnde het Provinciaal Kampioenschap Dwergwerpen voor Beloften alwaar ik een strategospel in de wacht sleepte) kon ik algauw beslissen dewelke mijn keuze zou worden. Vijf minuten later was een dubbelloopsjachtgeweer mijn deel. Buiten komend uit het kapitalistische hoofdkwartier, stapte ik doelbewust een hip ogende sportwinkel binnen en kocht er een moderne, ruime sporttas om het schietgereedschap in op te bergen. Want zo kom je de straat toch niet op vraagteken Tien minuten hierna liep ik wederom over straat. En terwijl ik eigenlijk blij ende tevreden, ja zelfs euforisch, had moeten zijn (want ik had nu alles wat ik altijd al wou hebben) bekroop mij langzaam maar zeker een gevoel van onbehagen. Daar was het weer kreunde ik zachtjesterwijlmensenmeaankekenmaardatmerkteiktoenevenniet Vervolgens liep ik de eerste de beste banketbakkerij binnen, kocht mij een tiental crèmekoeken, schrokte die allemaal achtereenvolgens op, gezeten op een krakkemikkig bankje op een van nutteloze toeristen vergeven plein, clearde het hoofd en trok met mijn vrije hand een blikje multinational open. De inhoud, id est 33 cl, jawel, ledigde ik in één teug. Ja, ik was best trots op mezelf op dat moment. Want. Kijk.

Een witregel.

Het zit zo. Jij zit daar. Ginder. Laat ons zeggen, ginds. En ik zit hier. En dat is geeneens zo erg. Er zijn onoverkoombaardere problemen, jawel, daar ben ik me ter dege van bewust. Maar luister, nee, luister gewoon ‘es even. Haar man, haar man had zich het leven ontnomen. Zo is het. Iedereen weet het, niemand spreekt erover. Het zij zo. Edoch verwacht niet dat ik me aan ongeschreven wetten hou. Haar man, die sinds drie maanden in voorhechtenis zat, werd die ochtend, in zijn cel in Blok B van de linkervleugel van de staatsgevangenis, levenloos teruggevonden. Een oude defecte FM-radio bungelde aan het snoer uit zijn aars. De typische Patrick Haemers-truc. Bij het zien van de foto’s genomen door de gerechtelijke politie, die toevallig op internet terecht gekomen waren (jazeker, het lekt waar het niet lekken kan), kreeg de weduwe een inzinking. Sindsdien wordt ze ter meerdere bescherming van zichzelf en de maatschappij in de kamer naast de mijne vastgehouden.

Advertenties

There are no comments on this post.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: