Archive for the ‘text’ Category

De mol
januari 4, 2008

Egmont kamde zijn haar en trachtte aldoende het beven zijner hand tot een minimum te herleiden. Nadat hij de kam terug in het daartoe voorbestemde rekje gelegd had, trok hij zijn broek op, spande de lederen riem aan en zorgde er met een kleine corrigerende beweging van de hand voor dat de kam loodrecht kwam te liggen. Gedecideerd trok hij de deur achter zich dicht en liet daarmee, voor even toch, de zorgen die aan dit huis verbonden zijn achter. Het zien van een corpulent vrouwschap dat zich op de fiets een weg doorheen de stad baande, deed zijn reeds verwarde gedachten onrechtstreeks afdwalen richting perverse fantasieën, dewelke hem normaliter overdag met rust lieten en enkel des avonds, doorgaans na het nuttigen van een bokaal brandy, de kop durfden op te steken. Gekke dingen had hij niet gepland voor vandaag; plannen deed Egmont überhaupt niet meer. De mol die hij in de loop van vorige week levend en wel gevangen had – Egmont kende in zijn bescheiden vriendenkring niemand die ooit een mol levend had kunnen vangen, niemand – was diezelfde ochtend komen te overlijden. Het blinde baasje had Egmont, nadat hij het enkele dagen tevoren met de blote handen in zijn kleine, stilaan ondergraven, stadstuintje gevangen had, in een leeg wijnkistje gevuld met dampende potaarde gedropt. Aanvankelijk was het beestje even aan de oppervlakte blijven liggen, maar enkele uren daarna, toen Egmont niet meer toekeek, had hij zich toch flink ingegraven. De regenwormen die Egmont dagelijks aan het wijnkistje toevertrouwde, bleven nooit lang zichtbaar. Die ochtend echter trof Egmont het fluwelen gravertje aan op zijn rugje, pootjes langszij, bovenop de aarde. Daarmee was Egmonts poging tot het domesticeren van de talpa europaea vergeefs gebleken. Gelukkig, zo bedacht hij zich tijdens het zetten van koffie, had hij nog niemand zijner kennissen verteld over zijn nieuwe huisdier. Anders had hij, nadat zijn mislukte poging tot domesticatie aan het licht zou zijn gekomen, wederom gezichtsverlies geleden in de vriendenkring waar hij willens nillens deel van uitmaakte.

Aldus in overpijnzingen verzonken had Egmont zonder het zelf te beseffen de noodzakelijke boodschappen gedaan. Hij vond zichzelf terug op een bankje in het park, de plastic tassen aan zijn voeten. Hij zette de kraag van zijn mantel recht, ten einde zijn hals te behoeden tegen de striemende wind, en begon de molshopen in het grasperkje te tellen.

Advertenties

Bedenktijd
oktober 10, 2007

Toen de rook om mijn hoofd was verdwenen, drukte ik, bij gebrek aan conventioneel ontkurkingsmateriaal, het kurk helemaal door de flessenhals, waarna het ding hulpeloos dobberend aan de oppervlakte van een zee aan rode wijn bleef drijven. Geen genade, moet ik gedacht hebben terwijl de alcohol onhandig in het glas kloekte. Jongens, sprak ik, zo moet het dus niet. Een vriendelijke passant maakte me terloops duidelijk dat de waterkers die ik daags te voren in mijn oren geplant had, nog enigszins zichtbaar was. Ik bedankte de man en vluchtte het eerste het beste toilet binnen. Na de resten van de cresonette verwijderd te hebben, kwam een heerschap in een rood strak pak het toilet binnen. Hij haalde, rechtstaand voor de spiegel, met één handige beweging zijn stembanden uit zijn keel. “Stemproblemen?”, vroeg ik hem. “Hoe raad je ‘t”, kraste hij terug. Terwijl ’s mans stembanden in wijzerzin naar zee verdwenen, droogde ik de handen enigszins aan een doorweekte handdoek.

Onze dagen zijn geteld, maar het telraam ging verloren. Tot daaraan toe, doch het hoeft geen betoog dat enkele seconden bedenktijd meer dan welkom bleken. “Het is als een bezoek aan de zoo,” zei ze, “een beetje medelijden doorspekt met amusement.” Ongeloof primeerde kort daarna, maar dat dat niet kon blijven duren, maakte de openbare aanklager al gauw duidelijk. Zijn donkere albasten stem weergalmde doorheen de ruimte en werd door de talrijke pilaren, die de zaal in drie beuken onderverdeelde, als een balletje in een flipperkast, doorgekaatst tot op de achterste rijen, alwaar het laattijdige publiek evenzeer kennis kon nemen van zijn boodschap, zonder dat deze aan volume moest inboeten. Resonantie, het is me wat.

“Seulement jeter un coup d’oeil”, probeerde ik nog. Tevergeefs, na drie etablissementen te hebben aangedaan, werd ons vriendelijk doch kordaat verzocht op te krassen, een boodschap waar wij noodgedwongen doch gewillig gehoor aan gaven. Verder kan ik nog meedelen dat ik lak heb aan onrechtmatige uitgaven. Stemmen kan door ‘AAP1’ te sms’en naar 3410. Doèn!

Oma laat Driesje zien hoe het moet
maart 12, 2007

“Driesje,” wauwelde oma, “jaja, Driesje, die kolonialen, die waren het wel. Die wisten wel waarover ze ’t hadden. En tanden! Tanden dat die hadden! Van die grote witte, mastodontachtige dingen. Jaja, was ik blij dat ik collaborateur was in die dagen. Ze zagen het wel aankomen, die pedante slaven. Behalve Emilio, die was anders. Hij wist wat ik voelde – hij voelde me aan. En ik hem. Iets te veel naar de zin van je grootvader – God hebbe zijn ziel. Jaja, je grootvader, dat was pas een klootzak. En tanden! Tanden dat die had! Ik zie hem nog staan grijnzen, in het raamkozijn, turend naar de overkant, alsof hij elk moment wist dat de ijzerwinkel aan de overkant uitgebaat werd door Maria, die geile slet, bah, wat wou ik dat zij een opgezette neger was. Hm, hoe ze daar stond, op de hoek van de straat, huilend bij een dampend kinderlijkje. Ach, Driesje, Edgar Tinel had het niet beter kunnen zingen. Uiteraard niet, want hij was dan ook een componist. Die zingen niet, weet je. Jaja, luister maar naar wat je oude oma zegt. En die geile gevangenisbewaker, die zal ik nooit vergeten – God hebbe zijn ziel. En tanden! Tanden dat die had! Jaja. Dat was me de gevangenisbewaker wel, met zijn gewaagde kinderarbeid. En zijn dikke borsten. Hij zei altijd tegen mij, “Palmyra,” zei hij, “soms wou ik dat ik een vrouw was. Niet zomaar een vrouw maar een vrouw die zelfgezochte verkrachting bij tieners bestrijdt. Of stimuleert… Een van beiden, maakt niet zoveel uit, als ik maar dikke borsten heb.” En godbetert, die had hij. Ik herinner me nog die hele geschiedenis in Gent. En tanden! Tanden dat die had! Jaja, Driesje, oma laat je nu zien hoe het moet. Ze worden zo snel groot, he…”

Gastdocent drs. Lin Eeckhoudt

flessengeluk
maart 2, 2007

Eenmaal je aan de bodem komt, is het ook maar teleurstellend. Desalniettemin was een nooddoop echt wel aan de orde van de dag. Terwijl ik de wijwaterspuit bij haar inbracht, dacht ik eraan dat we elkaar zes jaar geleden voor het eerst ontmoet hadden. Ze gooide toen het klokhuis van haar appel op spoor vier terwijl ze het perron afsnelde. Het publiek wou applaudiseren doch werd door haar preventief het zwijgen opgelegd. De afluisterapparatuur trok ik krachtdadig doorheen het kurk van de fles. Ondrinkbaar, zou ze gezegd hebben. Maar de volgende dag nam ze de eerste trein om niet meer terug te komen. Ik wandelde – mijn jas hing open – over het plein naar een koperen blad dat van een grote koperen boom in de omgeving moest gevallen zijn. Ik zag de boom niet, maar vond dat geen reden om mijn bewering aan te passen. En er was niemand bij me in de buurt, dus waarom zou ik.

Mevrouw, zo sprak ik, als u nu de keuze had tussen product Y dat goedkoper is maar van mindere kwaliteit en product Ygerick dat duust keer beter is van kwaliteit maar toch ietsje duurder uitvalt, hetwelk zou u, in de hoedanigheid van plichtsbewuste en aan budgetcontrole onderhevige huisvrouw, dan kiezen? De vrouw en sprak niet, doch vloog op. Tot hoog tegen het plafond, deed even alsof ze rechtstreeks uit een nummer van De Kift kwam, en daalde toen weer neder. Ze trok haar nieuwe schoenen uit, plaatste ze ordentelijk naast de open haard, alwaar ze diezelfde nacht nog zouden smelten.

Ik schonk de ochtend daarop geen versgeperst fruitsap in, doch strikte mijn veters en ging stappen. For the sake of it. Sake, ook best lekker, als hij een weinig opgewarmd is en in die tradisjonele kruikjes geserveerd wordt. Met een washandje erbij. Gaarne.

Waarom ook niet, antwoordde ik, en sloeg de glazenset van suikerglas op mijn voorhoofd stuk. Stuk voor stuk. Ik betaalde 3,5 euro voor de sessie en ging zitten. Luisteren. Naar het hoe en waarom van de onderneming. Ze zijn zoals die kwartnoten met streepjes erboven die toch staccato gespeeld moeten worden. Puntstreepjes. Verhaal me er niet over. Vertel me liever van die keer dat de cordon blue aanbrandde en de frituur reeds gesloten was. Het dekzeil van de oplegger schoof open en daar stond ik, met een ontstemde gitaar in mijn handen, op een onbekend dorpsplein. Tientallen verdwaasde gezichten keken mijn al even verdwaasde gezicht aan, ogen puilden omhoog uit oogkassen, maar als bij wonder begon ik te spelen, zonder erbij na te denken, de ene riff na de andere, net zoals hier de woorden gebraakt worden, met de vinger in m’n keel.

Regeneratie
februari 22, 2007

Toen ik die zondagochtend, op het toilet gezeten, in het gratis zondagskrantje de tussenstand van de weekendongevallen overliep, verliet mijn stront zich langs de daartoe voorziene lichaamsopening. Terwijl het proces der ochtendlijke – hoewel het reeds tegen elven liep – ontlasting aldus z’n gangetje ging, bedacht ik me – volledig op het olfactorische afgaand – dat die keutels van me vandaag van een ambertint voorzien moesten zijn. Tien minuten later stelde ik mijn eigen recht en bekeek verbaasd het besmeurde porselein, mijn gestreepte pyjamabroek op de enkels. Niets amber: het donkerst denkbare bruin met hoogstens een zweem lichter vaalbruin. Maar dat kon ook aan de lichtinval in het kleine kamertje gelegen hebben.

Danig verbouwereerd was ik, dat ik tot genoegen mijner medebewoners, niet doorspoelde en met de pyjamabroek nog steeds op de enkels de trap opsjokte. Ik stond nog maar pas onder de douche – thermostatische kraan op achtendertig graden Celsius, douchekop op massagestralen ingesteld – of ik was het ganse voorval al weer vergeten. Zo makkelijk kan het leven soms zijn. Ik vergat even niet te glimlachen en poetste gedurende de volgende zeven minuten mijn tanden terwijl het water zich onophoudelijk op mijn rug bleef storten.

Apen te koop
januari 26, 2007

hamimir

Gedrevenheid en passie. Ontegensprekelijk de alfa en de omega van het wielrennen. Dat moet althans Monsieur Chrono gedacht hebben, zijn zeemvelletje van tussen zijnerkleumde billetjes pulkend, toen hij op zijn sterfbed afscheid van dit aardse tranendal nam. “Hier gij, Poupou,” en Raymond kwam gedwee. Poulidor boog zich over het verschrompelde rozijntje dat ooit vijfmaal “La Grande Boucle” won. Aarzelend bracht Raymond zijn oorschelp naar de gekloven lippen van Anquetil, die met veel moeite uitbracht: “En ook nu weer zult ge tweedes worden.”duthoy

Gedrevenheid en passie. Na bovenvermeld genretafereel doen deze twee heroïsche waarden onderschrevene eveneens mijmerend denken aan de nijver en vlijt die Dame Blandinia dagelijks tentoon spreidt. Ter illustratie van deze boutade nemen wij, bevooroordeelden, de broeihaard voor nieuwwassen historici: afdeling geschiedenis. De Blandijnse liftschachten beschouwende als metafoor voor het prototype van de tijdslijn, betrappen we er ons zelven op geen Latijn te bezigen en tevens steevast den telefriek op het vijfde te verlaten. Edoch, ge kunt ook uitstappen op het derde, om maar iets te zeggen. Zot gelijk we zijn, namen we de proef op de som. Slechts gewapend met een klein wit broodje groentesla en een Jommekesboek, getiteld “Apen te koop”, dompelden we ons onder in de lethargische smeltkroes die de vakgroep Klassieke rijk is.

En daarin onderscheiden wij slechts als prolegomena van deze universitaire opleiding een baken dezer Spartaanse attitude. Met vlotte dictie verworden hoorcolleges van vier uur – en het betreft hier uren van zestig minuten, rekels! – tot een lust voor alle zintuigen. Daarenboven, slaap- noch hangmatten treft men aan op deze verdieping bedeeld met het hoofdtelwoord “drie”.

Pauze vraagteken? Anquetil had nooit het wiel kunnen houden van deze mannen buiten categorie.

Hamimir

Studietiprubriek
januari 26, 2007

studietips

Student!

Als gij een dezer weken plots de behoefte op voelt komen een exemplaar uwer syllabi ter hand te nemen, panikeert dan vooral niet. Wij zijn de eerste om het toe te geven: deze drang om te studeren – of dan toch ten minste om enige woorden te onderlijnen – overkomt zelfs ons van tijd tot tijd. Altruïstisch gelijk we zijn, geven we de student, die ondanks alles toch wenst te blokken, hier enige nuttige wenken mede. Beschouwt deze gerust als enen leidraad gedurende de komende blokperiode.

Ten eersten, gooit alras uw fluorescerende stiften weg. Vanaf nu hanteert gij enkel nog de alcoholstift. In plaats van de hoofdtermen in een spuuglelijk geel of groen te schilderen, doorstreept ge alle woorden die van minder belang zijn. Begin met de lidwoorden, vervolg met de adjectieven en rangtelwoorden en blijf zo woorden doorstrepen met een zwarte alcoholstift totdat er per bladzijde nog slechts enkele termen leesbaar blijven. Ge zult zien: de bladspiegel die ge zo bekomt, zal veel vlotter in te studeren zijn.

Secundo, gezond leven en voldoende vitaminen opnemen zijn sowieso belangrijke waarden waar ondergetekenden dagelijks een punt van maken. Edoch, tijdens de blokperiode is dit dubbel zo waar ende belangrijk. Daarom, student, gaat gij in de maand januari dagelijks des middags een broodje in het aquarium smullen en des avonds enen vollen maaltijd in de Brug genieten. Dit dieet is de sleutel tot uw onderscheiding. Vitamientjes gegarandeerd!

Derdes, waarom niet studeren in de leeszaal van de centrale bibliotheek? Neem uw eigen boeken mee! Dat gaat veel sneller en je krijgt er minder rap aids van.

Ten vierde: maak u bovenal nergens zorgen over wanneer het studeren, ondanks deze nuttige tips, toch niet zo vlotten. Waar het namelijk allemaal om draait, is intrinsieke intelligentie. En anders is er nog altijd GIT.

Vijf. Daags – of indien ge het spannend wilt houden: enkele dagen – voor uw examen laat ge ook de zwarte alcoholstift achterwege. Ge houdt dan enkel nog uw syllabus in kwestie en een aansteker ter hand. Een doosje lucifers kunnen we bij wijze van alternatief nog net goedkeuren. Het gaat als volgt. Ge (her)leest een bladzijde en steekt ze daarna in brand. Dit zal u dwingen om in plaats van uw kortetermijngeheugen meteen uw langetermijngeheugen in te schakelen, daar u geen enkele mogelijkheid meer zult hebben om de desbetreffende paginae nog een keer te herhalen. Het bevordert bovendien de sfeer in de grote leeszaal. Knusjes.

Zo, rekels, nu wij ons wederom van onze taak gekweten hebben, kunnen we zelf ook weer met de neus in de boeken verdwijnen. Waar liet ik mijn aansteker? Enneuh, succes!

Vladirubi

Niet vóór nieuwjaar!
januari 26, 2007

Vladimir wandelde het Muntplein op zoals hij zijn bed uitstapt: als in een automatisme en niet denkend aan een eventueel volgende stap die genomen dient te worden. Toch merkte hij al snel op dat hij de keuze had tussen drie van de vier groene metalen bankjes die rondom het kleine plein opgesteld waren. Het vierde werd ingenomen door een koppel dat hun Panos-broodje opat. Later zou blijken dat het twee Britten waren. In het midden van dat plein stond nog steeds het beeld van die Margaretha die gestorven was na een val van haar paard. In de momentopname van het beeldhouwwerkje zat ze nog steeds in amazonezit op haar paard, het arme dier uit evenwicht brengende met tien kilogram zachtfluwelen mantels.

Zopas had Vladimir de microfilms even gelaten voor wat ze waren. Vier uur doorheen negentiende-eeuwse kranten zoeven had hem geen goed gedaan. Het duizelde nog wat na terwijl hij, op het kille metaal gezeten, zijn zelfgesmeerde boterhammen vanuit hun aluminiumfoliejasje pulkte. Het papje van brood en beleg in zijn mond spoelde hij naar binnen met een sloot cola, terwijl het hem opviel dat het verrassend kalm was voor een woensdag. De eerste winterkoude van het jaar zal daar niet vreemd aan zijn. En terwijl onze held aldus in de meest triviale overpeinzingen verzonken, zijn lunchpakket naar binnen speelde, kwam een ouder koppel het nog steeds koude en stille pleintje opgeslenterd. De twee kwamen zo stil en traagjes aangewandeld dat Vladimir hen pas opmerkte toen ze reeds halverwege het plein waren. De man scheen omstreeks de vijftig jaar te zijn, de vrouw ergens in de veertig. Beiden waren ze gekleed in een joggingpak en identieke wandelschoenen, hoewel die van de man een rode streep vertoonden en die van de vrouw van een horizontale gele streep voorzien waren. Ondanks hun sportieve kledij kwamen beiden futloos over en leken ze een bizarre mix tussen uitgebluste toeristen en vermoeide sportwandelaars te zijn. De man had een kleine voorsprong op de vrouw, die voorbij de etalage van een interieurwinkel slenterde. Of ze de dure exclusieve meubels bekeek of controleerde hoe ze er zelf uitzag vandaag, was hem niet duidelijk. Ze wandelde uiteindelijk het plein zelf op en ging zitten op de bank rechts van hem. De man, weinig andere mogelijkheden hebbende, ging naast haar zitten. Zo zaten ze daar een aantal minuten zwijgend voor zich uit te staren, terwijl Vladimir zijn laatste boterham opat – het was er een met salami, geloof ik. Hij deed alsof hij de komst van het tweetal niet opgemerkt had, op dezelfde wijze waarop hij de twee Engelssprekenden links van hen al die tijd netjes genegeerd had. De man doorbrak het stilzwijgen met de vraag of de vrouw het niet te koud had. Ze mompelde iets terug en herstelde daarmee de stilzwijgende consensus. Terwijl Vladimir de korst van de laatste boterham op de grond liet vallen, begon het koppel over en weer te mompelen. Wat later hoefde hij geen moeite te doen het gesprek te volgen. Het ging namelijk in crescendo toen de vrouw duidelijk zei: “Niet voor nieuwjaar! Je hebt beloofd niet voor nieuwjaar!” Haar timbre leunde tegen wanhopig huilen aan, maar de man bleef emotieloos voor zich uitstaren, de uitingen van de vrouw naast hem, met hetzelfde mooie trainingspak aan, negerende. Ho maar, daar liet ze het, tot groot plezier van de zijn oren spitsende Vladimir, niet bij.

“Maar ge moogt mij niet laten vallen voor Nieuwjaar. Ge hebt het beloofd!” Eindelijk kwamen de traantjes tevoorschijn. Ook dat deerde de man niet, die al even ontroerd als mijn comateuze oma naar de Britten staarde aan de overkant van het pleintje. Die Britten vroegen zich ondertussen al af van welk vreemd lokaal gebruik ze getuige waren. Het accent van de twee ersatz-wandelaars was alvast niet uit de streek. Dat trof. De vrouw bleef haar wanhoopswoorden herhalen: “Laat mij dan vallen na nieuwjaar. Maar niet ervoor!” De man tot wie dit alles gericht was, blaakte niet bepaald van interesse. Terwijl Vladimir zijn lege blikje in de vuilnisbak smeet en zijn weg naar de bibliotheek hervatte, passeerde hij voorbij het koppel en glimlachte ze beiden vriendelijk toe.

Bovenstaande speelde zich anderhalve maand geleden af. Vladimir wenst bij dezen het koppel alvast een gezellig eindejaar, een feestelijke overgang van oud naar nieuw en een gelukkig 2007 toe. Voor u van ’t zelfde.

Probatio Pennae
januari 26, 2007

En dat ik er geen idee van had, hoe moeilijk het is om op correcte wijze de triangel te bespelen. Ik beken, maar het lijkt me toch een uitgelezen kans om de perfecte slagtechniek te verwerven. Toch was het altijd al grappig om de percussionist achteraan rechts van het orkest in de gaten te houden, wachtend op een stoeltje, de maten aftellend tot die ene te geven triangelslag in een muziekstuk van om en bij het kwartier.

Een pot ravioli is ook geen rechtspersoon, beste Hugo. En hoewel ik daags tevoren de houten plankenvloer volledig uitgebroken had, kon ik het nog steeds niet vinden met mezelf.

Tuc-koekjes. Of hoeveel er in één keer in mijn mond zouden passen. Het bleken er vijf te zijn. En of het smaakte!

Surplusextractie
januari 26, 2007

Ledigheid. Het is me wat. Ik staarde exact zeven minuten naar de opspattende regen en besefte dan pas dat het nog weken dergelijk weer kon blijven. Wat zeg ik? Maanden! Mensen denken altijd dat ze mooi weer verdienen. Het enige wat de mensen die ik ken verdienen, is weer als dit. Gutsende regen. Met bakken. Oude wijven. Iets met pijpen en stelen. Mijn bank stuurde mij gisteren een nieuwe bankkaart toe. Dat mag. Ik krijg namelijk gaarne post en al zeker van financiële instellingen. Tijdens het zoeken naar wat ondertussen mijn oude bankkaart geworden was, stootte ik een mijner mondstukken omver. De oude kaart had ik pas sinds begin vorig jaar, nadat de vorige ongevraagd ingeslikt werd aan de automaat aan de Kouter. Els stond erbij en keek ernaar. Waarom hing er geen klever met het nummer van Cardstop aan die automaat? Maar goed, m’n andere bankkaart is nog geenszins versleten, sturen ze me, ongevraagd – neem keer nota – een nieuwe op. Fantastisch toch. De dag daarvoor was ik Martine Tanghe nog tegen gekomen. Ze knikte me toe toen ik haar kruiste. Ik betaalde gepast en knikte met afgewende blik even terug. Er hingen wat spinnenwebben in de zijdelingse gewelven die als regenbogen de ruimte, waar ik me thans in bevond, afbakende. Ik nam nog ’n glas en vroeg me af wanneer bladgroenkorrels er uiteindelijk de brui aan geven. Garantiebewijzen, nog zo’n fenomeen. Er kwam een corpulent heerschap voor me staan. Het leek alsof hij een gesprek aanknopen wou of me op z’n minst wat vragen wou. Zwijgen was echter wat hij deed, die gekke man. Hem monsterend viel mijn oog op zijn open gulp. Uiteindelijk vroeg hij me met een diepe stentorstem wat ik het aantrekkelijkste aan hem vond: zijn pluizige baard of zijn open gulp? Beschaamd vroeg ik wat bedenktijd en liet me ondertussen het glas nogmaals bijvullen. De ober, die zich van die taak kweet, kwam aangereden in een vorkheftruck. Het witte hemd met zwart strikje manoeuvreerde achteruit en trok geruisloos op richting bar. Schuurpapier zou hier deze keer geen uitkomst bieden, besefte ik terwijl ik de eerste zweetdruppels aan mijn voorhoofd voelde bengelen. Ik excuseerde me en mankte naar het toilet. Terwijl ik de vrije loop gaf aan menig natuurlijke behoefte, zocht ik in ’n lijvig woordenboek wat willekeurige woorden op. In de spiegel turend, waste ik de handen en vroeg me af sinds wanneer ik mankte. Zeven minuten? Dagen? Maanden? Ik kon geen plausibel antwoord bedenken en staakte bij gevolg het reflecteren daaromtrent. De in tussentijd aangekomen politieagenten konden daar alles behalve om lachen. Niet alleen bleken mijn reflectoren niet conform het huisreglement, bovendien was de bandenspanning van mijn rolstoel onvoldoende. De enkele zweetdruppels werden een zee aan zweet terwijl ik de agent in kwestie beschaamd aankeek. De knuppel wendde echter de blik af, want net op dat moment begon men de wedstrijd van die avond op groot scherm uit te zenden. Een kat had het toestel met een kleine grijze afstandsbediening in werking gesteld. Ik zuchtte diep, haalde de veiligheidsgordel van mijn rolstoel wat harder aan en beloofde nooit nog kittens in transparante plastic zakjes te verdrinken.

Hoe die zelfde avond nog Peter Pan in mijn slaapkamer belandde, verhaal ik ’n andere keer maar weer.