De mol
januari 4, 2008

Egmont kamde zijn haar en trachtte aldoende het beven zijner hand tot een minimum te herleiden. Nadat hij de kam terug in het daartoe voorbestemde rekje gelegd had, trok hij zijn broek op, spande de lederen riem aan en zorgde er met een kleine corrigerende beweging van de hand voor dat de kam loodrecht kwam te liggen. Gedecideerd trok hij de deur achter zich dicht en liet daarmee, voor even toch, de zorgen die aan dit huis verbonden zijn achter. Het zien van een corpulent vrouwschap dat zich op de fiets een weg doorheen de stad baande, deed zijn reeds verwarde gedachten onrechtstreeks afdwalen richting perverse fantasieĆ«n, dewelke hem normaliter overdag met rust lieten en enkel des avonds, doorgaans na het nuttigen van een bokaal brandy, de kop durfden op te steken. Gekke dingen had hij niet gepland voor vandaag; plannen deed Egmont Ć¼berhaupt niet meer. De mol die hij in de loop van vorige week levend en wel gevangen had – Egmont kende in zijn bescheiden vriendenkring niemand die ooit een mol levend had kunnen vangen, niemand – was diezelfde ochtend komen te overlijden. Het blinde baasje had Egmont, nadat hij het enkele dagen tevoren met de blote handen in zijn kleine, stilaan ondergraven, stadstuintje gevangen had, in een leeg wijnkistje gevuld met dampende potaarde gedropt. Aanvankelijk was het beestje even aan de oppervlakte blijven liggen, maar enkele uren daarna, toen Egmont niet meer toekeek, had hij zich toch flink ingegraven. De regenwormen die Egmont dagelijks aan het wijnkistje toevertrouwde, bleven nooit lang zichtbaar. Die ochtend echter trof Egmont het fluwelen gravertje aan op zijn rugje, pootjes langszij, bovenop de aarde. Daarmee was Egmonts poging tot het domesticeren van de talpa europaea vergeefs gebleken. Gelukkig, zo bedacht hij zich tijdens het zetten van koffie, had hij nog niemand zijner kennissen verteld over zijn nieuwe huisdier. Anders had hij, nadat zijn mislukte poging tot domesticatie aan het licht zou zijn gekomen, wederom gezichtsverlies geleden in de vriendenkring waar hij willens nillens deel van uitmaakte.

Aldus in overpijnzingen verzonken had Egmont zonder het zelf te beseffen de noodzakelijke boodschappen gedaan. Hij vond zichzelf terug op een bankje in het park, de plastic tassen aan zijn voeten. Hij zette de kraag van zijn mantel recht, ten einde zijn hals te behoeden tegen de striemende wind, en begon de molshopen in het grasperkje te tellen.

Advertenties